maandag 21 september 2009

Hollen

Vladimir, de advocaat die zich sterk had gemaakt dat hij nog voor een uitreisvisum voor vandaag kon zorgen, heeft net gebeld. Zijn koerier mag het visum om 14.00 uur gaan halen in het UFMS-kantoor, en als hij niet vast zit in de files, is het tegen 16.00 uur in Vadim's kantoor. Dat wordt hollen, hoedanook. Met een volle valies door de stad. Gelukkig is Vadim's kantoor in hetzelfde gebouw als het metrostation Oktyabrskaya en kan ik vandaar naar het station Belorusskaya, waar om 18:00 uur de Airport Express naar de luchthaven Sheremetyevo vertrekt.

En nu begin ik mij pas echt af te vragen welk weer het in Leuven zou zijn...

zaterdag 19 september 2009

In Moskou is het nooit saai

Een paar weken geleden had ik het in deze blog over De meester en Margarita, het levenswerk van de Russische schrijver Michail Boelgakov, dat door de Russen werd uitgeroepen als “het beste boek ooit geschreven”. De verafgoding voor deze roman is zo groot dat het nu, bijna zeventig jaar na zijn voltooiing, nog steeds regelmatig hot news is in de Russische media.

In Moskou hebben zich, in het appartementsgebouw aan de Bolsjaja Sadovaja nr. 10, twee rivaliserende Boelgakovmusea gevestigd. Bolsjaja Sadovaja nr. 10 is een gebouw waar Boelgakov zelf heeft gewoond, en waar zich ook cruciale scènes uit De meester en Margarita afspelen.

Het Boelgakovhuis is het sympathiekste van de twee rivaliserende musea, en vierde dit jaar zijn vijfde verjaardag. Het blijft voortdurend en onvermoeibaar heel boeiende en interessante activiteiten ontwikkelen. Veel boeiender en interessanter dan het officiële, door de overheid ingerichte Boelgakovfonds, dat in hetzelfde gebouw huist. Het Boelgakovhuis, opgericht in 2004, is een levendige en zeer actieve privé-organisatie, gevestigd op het gelijkvloers. Het Boelgakovfonds, dat dateert van 2007, is een officieel museum, en serieuzer, kouder en passiever. Maar het is wel gevestigd in het originele appartement 50, het Vervloekte appartement uit De meester en Margarita, en haalt ongetwijfeld daardoor een aantal bezoekers naar zich toe. Pikant detail: het Boelgakovhuis huurt, naast het gelijkvloers, ook het appartement 51, vlak tegenover het appartement 50 van hun rivalen. Daar organiseren ze hun kindertheater en bewaren er ook een deel van hun museumstukken.

Maar 2009 was niet helemaal een gelukkig jubileumjaar voor het enthoesiaste team van vrijwilligers van het Boelgakovhuis. De bizarre zelfverklaarde priester Aleksander Aleksandrovitsj Morozov, een voormalig politieman uit Zagorsk, blijft het Boelgakovhuis bestoken met de meest ongelooflijke pesterijen.

Aleksander Morozov, die zich graag Сан Саныч (San Sanitsj) of Heilige Sander laat noemen, organiseert regelmatig betogingen tegen het Boelgakovhuis. Hij ontkent zelfs niet dat hij, met een groep medestanders, op 22 december 2006, is ingebroken in appartement 51, en dat hij daar vernielingen heeft aangebracht. Morozov betitelt zichzelf als “de voornaamste bewaker van het cultureel erfgoed van Rusland” en is voorzitter van een organisatie die hij het Fonds ter redding van het monument voor geschiedenis en cultuur, het Huis van Boelgakov noemt.

Toen de Sovjetunie uiteen viel woonde Aleksander Morozov, die eerder ontslagen was uit het lokale politiecorps omwille van zijn alcoholproblemen, nog in zijn geboorteplaats Zagorsk. Hij startte daar een Nieuwe School voor de Heropleving van Tradities voor Russische Zakenlieden. Met deze “school” verzamelde hij tieners van 9 tot 12 jaar rond zich uit minder succesvolle gezinnen waarvan de ouders maar al te blij waren dat ze een zorg minder hadden. Volgens sommige bronnen zou hij die kinderen, als een moderne Fagin, voor hem hebben laten werken. Een voormalige pupil van Morozov getuigt dat er 4 groepen van 5 kinderen waren, waarvan alleen de oudste van elke groep de Leraar mocht - en moest - te woord staan. De kinderen konden goed met elkaar opschieten, er was voldoende te eten, maar ze waren allemaal bang om bij de Leraar te komen. Ze moesten “alles doen wat hij verlangde”. Van minstens één van de kinderen is bekend dat het na zijn verblijf in Morozovs school twee jaar in behandeling is geweest vooraleer het kon praten over hoe het daar aan toe ging. Tot een rechtszaak is het niet gekomen, Morozov sloot zijn school om naar de hoofdstad te trekken.

In Moskou verplaatste Morozovs interesse zich van de pedagogie naar het zakenleven. De reorganisaties in de jaren ’80 en de democratisering van de jaren ’90 waren een ideale broedplaats voor speculanten, en Morozov stortte zich op de “slechte appartementen” van Bolsjaja Sadovaja 10. In plaats van kinderen begon hij nu slecht onderhouden en onbewoonbare flats te verzamelen. In theorie om ze te behoeden voor verval, maar in de praktijk gebeurde er niets. Dat is ook niet verwonderlijk, want hij woont niet echt in Bolsjaja Sadovaja nr. 10, hij is er alleen geregistreerd. Zijn reële verblijfplaats is op de Соколиная Гора (Sokolinaja Gora) of de Valkenheuvel. dat is een stadswijk in het oostelijk deel van Moskou, in vogelvlucht een goeie 9 kilometer van Bolsjaja Sadovaja verwijderd.

Aleksander Morozov liet zich een baard groeien en met zijn oratorisch talent, en zich beroepend op de orthodoxe christelijke leer, slaagde hij erin om enkele gepensioneerde mede- en buurtbewoners voor zich te winnen. Die verwelkomden maar al te graag iemand die de traditionele Russische cultuur kon redden van hebberige investeerders en waren dan ook gauw bereid om te manifesteren tegen de goddeloze aanhangers van De meester en Margarita. Merkwaardig genoeg nam de Redder zelf nooit deel aan die betogingen van de baboesjkas. Hij observeerde alles van aan de overkant van de straat en verkoos zelf in de schaduw te blijven.

Arthur Staroverov, een zakenman en voormalig huurder in het gebouw, herinnert zich dat het niet de eerste keer is dat Сан Саныч herrie schopt in Bolsjaja Sadovaja nr. 10. Hij heeft altijd massa’s claims gehad tegen andere huurders. Enkele jaren geleden slaagde hij erin om het glamoureuze restaurant Teatron, dat op het gelijkvloers gevestigd was, te laten sluiten. De eigenares van het restaurant nam, net als het team van het Boelgakovhuis, de claims van Morozov niet au sérieux, en voor ze het wist was het te laat. “Als iemand met bizarre claims komt aandraven”, zegt Staroverov, dan betekent dat dat het hem aan iets ontbreekt. En dus besloten wij, met ons bedrijf, om hem een driekamerappartement in een ander gebouw aan te bieden. Wij dachten dat die ‘arme man’, die met zijn zoon en schoonmoeder in een éénkamerflat leefde, dat wel zou appreciëren”. Maar Morozov weigerde dit vorstelijke geschenk.

Niemand weet hoe Aleksander Morozov het voor elkaar gekregen heeft, maar hij slaagde er in om enkele appartementen in Bolsjaja Sadovaja nr. 10 te bezetten. Het Directoraat voor de Strijd tegen Economische misdrijven opende een dossier tegen hem. En ook het Departement voor Huisvesting van de stad Moskou ging in het verweer. In 2004 besloot het om de "Redder van het erfgoed" uit zijn appartementen te zetten. Eén daarvan was het appartement op het gelijkvloers, dat kort na Morozov’s uitdrijving door Boelgakovhuis gehuurd werd.

Maar Morozov liet zich niet ontmoedigen. Hij ging in het koor van de Kerk van Taganka zingen en was er niet bang voor dat zijn vroegere activiteiten met de verwaarloosde kinderen of zijn oplichterspraktijken in de openbaarheid zouden komen. Integendeel, hij keerde terug naar Bolsjaja Sadovaja nr. 10 en wist er beslag te leggen op enkele lege flats op de derde verdieping. Hij bezet er vijf kamers, en bestookt van daaruit verder het Boelgakovhuis. Regelmatig gooit hij water en vuilnis naar beneden op de bezoekers van het museum. Op 22 december 2006 is hij ingebroken in appartement 51 en heeft een deel van de waardevolle museumstukken die daar bewaard worden door het raam op straat gegooid, waarbij hij voor 100.000 dollar schade heeft aangericht. Hij heeft ook reeds verschillende keren bij de politie klacht ingediend tegen Nikolai Goloebjev, de directeur van het Boelgakovhuis, omdat deze laatste - lach niet, lezer - elke avond “menselijk bloed zou drinken”. Goloebjev zou een satanist en een vampier zijn, zo staat het zwart op wit in de rapporten. Blijkbaar verwijt Aleksander Morozov het Boelgakovhuis van antireligieuze activiteiten. Vreemd, want Boelgakov zelf kon zeker niet van antireligieuze gevoelens beschuldigd worden. Integendeel, hij was in zijn tijd zeer verontwaardigd over de beeldenstormende poëzie van de militante atheïst Demjan Bednyj en wie De meester en Margarita onbevangen leest merkt dat ook. Het is zelfs niet uitgesloten dat Bulgalkovs eerste schetsen voor de roman ontstaan zijn als een reactie op deze ruwe antireligieuze propaganda.

Maar goed, dergelijke overwegingen waren niet aan Morozov besteed. “Hij kwam foto’s maken op alle tentoonstellingen,” zegt Goloebjov, “beginnend bij een brokaten mantel en eindigend bij een asbak. Toen vertelde hij dat het zijn spullen waren, en dat wij die hadden gestolen.” Morozov’s betoog was simpel. Vooraleer het Boelgakovhuis zich in de flat installeerde, zou hij daar met zijn Fonds ter redding van het monument voor geschiedenis en cultuur, het Huis van Boelgakov gevestigd geweest zijn. Zijn vrouw, een voormalige actrice, zou daar een kindertheater hebben gehad. De ouders van de kinderen zouden zo blij geweest zijn met de voorstellingen dat ze massaal antieke spullen cadeau gaven aan zijn Fonds. Maar toen het Departement voor de Huisvesting van de stad Moskou hem uit die flat dreef - hij verbleef daar illegaal - zou hij, in zijn haast om te ontruimen, al zijn antieke spullen vergeten zijn. Nu wou hij ze gewoon komen terughalen.

De medewerkers van het Boelgakovhuis waren ervan overtuigd dat ze te maken hadden met een stadsidioot en namen, net als de uitbaters van het voormalige restaurant Teatron, de man niet ernstig. Maar… de rechtbank oordeelde anders.

In een bizarre rechtszaak die gemakkelijk in de pagina's van De meester en Margarita had gekund, wordt het Boelgakovhuis nu geconfronteerd met een mogelijke confiscatie van zijn bezittingen en een ernstige verstoring van zijn werking. In maart 2009 oordeelde een vrederechter in Moskou immers dat Alexander Morozov de rechtmatige eigenaar is van de bezittingen van het museum ter waarde van 6 miljoen roebel of 135.000 euro. Morozov zei dat deze bezittingen van hem werden gestolen. Het Boelgakovhuis ging tegen deze beslissing in beroep, en blijft ondertussen gewoon verder werken. Maar indien het beroep wordt afgewezen, staat het voor grote financiële moeilijkheden, en dreigt het faillissement.

Romuald Krylov-Jodko, het hoofd van het Departement voor Cultuur van de stad Moskou, en vanuit die functie verantwoordelijk voor zo’n 108 Moskouse culturele instellingen, zegt niet te weten hoe hij het Boelgakovhuis kan helpen. “We willen wel helpen,” zegt hij, “maar we hebben de bevoegd-heid niet. Ik weet dat het Boelgakovhuis veel actiever is dan het officiële museum in hetzelfde gebouw, maar het Boelgakovhuis is een privé-initiatief, het is geen officieel museum, dus kan ik voor hen niets ondernemen.”

Terwijl het Boelgakovhuis onder vuur ligt, hult het officiële Boelgakovfonds zich in stilte en geeft geen commentaar op de gebeurtenissen. Het is trouwens zeer merkwaardig dat zij nog nooit last gehad hebben van Aleksander Morozov.

woensdag 16 september 2009

Uitreisvisum

Na het verkrijgen van mijn verblijfsvergunning dacht ik een poosje gerust te zijn, tenminste voor 3 jaar. Want zolang geldt deze tijdelijke vergunning. Maar niets is minder waar. Ik heb weeral wat moeten aflopen deze week!

Ik mag vanaf nu dus zonder visum in Rusland zijn, maar… wat ze er niet bij verteld hadden was dat ik, zeker gedurende het eerste jaar, nu een uitreisvisum nodig heb. Iedere keer dat ik het land uit wil, moet ik zo’n visum gaan halen. En wel in het UFMS-kantoor dat de verblijfsvergunning heeft uitgereikt. Datzelfde, ja… En normaal duurt het een week om een uitreisvisum te krijgen. Na, natuurlijk, een hoop documenten en nieuwe pasfoto's.

Nu was ik van plan om op maandag 21 september naar Leuven te gaan. Maar ik heb pas eergisteren mijn verblijfsvergunning gekregen, en pas vandaag over dat uitreisvisum horen spreken. Even paniek dus. Ik heb de hele dag rondgebeld en nu heb ik gelukkig een advocaat gevonden die zegt dat hij er misschien voor kan zorgen dat ik tegen maandag een uitreisvisum krijg. Maandagochtend zou het kunnen klaar zijn - eventueel, misschien, mogelijk, met een beetje geluk… Als dat zo is kan ik het maandagmiddag gaan halen en maandagavond met de avondvlucht van Aeroflot reizen. Als het niet lukt, tja… dan zullen we weer even creatief moeten zijn. “Посмотрим”, zoals de Russen zeggen - “We zullen zien”. Geduld is een mooie deugd.

maandag 14 september 2009

Ja? Neen, toch niet… Misschien wel? Ja!

Om meteen met de deur in huis te vallen: ik hoef me hier niet langer als een toerist te beschouwen. De Russische Federatie heeft zich zo welwillend getoond om vandaag mijn verblijfsvergunning in mijn paspoort te zetten. Tot 26 augustus 2012 mag ik mij ongestoord in het land bevinden.

Niet dat het vanzelf ging. Ook vandaag niet. Vanochtend dachten we om alles gauw eventjes in orde te brengen. Maar zo werkt het niet. Toen we, na weer een uurtje reizen, aan het ons ondertussen zo bekende kantoor van de UFMS of de immigratiedienst arriveerden, was het net 10.00 uur geworden. Naast de tientallen gelukzoekers die voor de eerste of een volgende keer kwamen om hun verblijfsvergunning aan te vragen, waren er ook een tiental gelukkigen die, net als wij, hun goedgekeurde vergunning konden komen halen. De tien paspoorten werden tegelijk aangenomen, en men voorspelde ons zo’n anderhalf uur wachten. Na een halfuurtje echter hoorde ik al mijn naam roepen. Zo snel? Was dat goed of slecht? Irina en ik keken elkaar eens betekenisvol aan, en gingen via de dienstingang het kantoor in van waar we het geroep hadden gehoord.

En, ja hoor! Er was een probleem. Een - overigens vriendelijke - dame, die we nog niet eerder gezien hadden, vertelde ons dat mijn visum, waarmee ik op 10 augustus naar hier was gekomen, niet geregistreerd bleek te zijn. Volgens de computer van de immigratiedienst had ik op 24 juli het land verlaten en was ik sedertdien niet meer teruggekeerd. Verbijstering. Ik sta hier immers toch? En we waren op 11 augustus, de dag na mijn aankomst, zoals het hoort, naar het lokale registratiekantoor niet zo ver van onze flat gegaan. Dat bleek ook uit de stempel op mijn registratiedocument. Maar blijkbaar had de ambtenaar van dienst daar toen vergeten om dat ook in de computer in te brengen. Of ze dat in het UFMS-kantoor niet even konden rechtzetten? Neen, daarvoor moesten we terug naar het lokale registratiekantoor.

Het was al na elven toen we daar arriveerden. De ambtenaar van dienst, dezelfde die op 11 augustus zijn stempel had gezet, wou eerst niet toegeven dat hij zo’n fout zou kunnen gemaakt hebben. Maar de stempel op mijn registratiedocument was wel echt de zijne. Hij kon er dus niet onder uit en besloot dan maar zuchtend om mijn verblijf meteen te registreren - met terugwerkende kracht vanaf 10 augustus. Het was ondertussen al bijna middag, dus besloten we dat Irina naar haar werk zou gaan, en dat ik alleen terug naar het UFMS-kantoor zou gaan.

Om halfeen stapte ik het kantoor weer binnen met mijn beproefde tactiek: zonder iemand iets te vragen, en zonder naar de wachtrij te kijken, glipte ik meteen door de dienstingang. Enkele anderen die dat gezien hadden, deden hetzelfde, zodat er ineens zo’n tiental mensen achter mij stonden te duwen vóór de deur van het kantoor van Vladimir Aleksandrevitsj. Die kon daar niet mee lachen, en probeerde iedereen weer terug te drijven naar de inkomhal. Gelukkig had de dame die ons vanochtend had te woord gestaan, mij herkend. Zij zei iets tegen Vladimir Aleksandrevitsj en ik mocht blijven. De rest werd teruggedreven. De dame nam mijn paspoort aan en vroeg mij om eventjes te wachten in de inkomhal.

Daar werd mijn terugkeer op gegrom, en hier en daar met een spottend lachje, onthaald. Een half uur lang gebeurde er niets. Niet voor mij, en ook niet voor de andere wachtenden. Plots ging de deur van het kantoor weer open en verscheen Natalja Vitaljeva met een norse blik, dezelfde die we kenden van ons eerste bezoek. En met dezelfde overtuigingskracht van toen joeg ze iedereen kordaat buiten, de straat op. Het was immers 01.00 uur geworden en dan is het lunchtijd. En tijdens de lunch wordt er niet gewerkt, drie kwartier lang. Iedereen naar buiten, dus.

Terwijl de meeste anderen uiteenzwermden om zelf ook eten en drank te zoeken, installeerde ik mij op een bankje bij de ingang. Met twee bananen, een sandwich en Het verhaal van een onbekende van Anton Tsjechov dacht ik de tijd wel te kunnen doorkomen. Het was overigens stralend weer, 24° of zo, we genieten hier al een hele tijd van een mooie nazomer.

Om twee uur ging de deur weer open. Er was echter een probleem gerezen voor diegenen die voor het aanvragen van een verblijfsvergunning waren gekomen: de man die de wachtlijst bijhield, was niet teruggekomen. Zodat er enkelen waren die dachten van de situatie te kunnen profiteren om een paar plaatsjes te kunnen opschuiven. Veel gedrum dus, lelijke woorden over en weer, geduw en getrek, een chaos, kortom. Terwijl iedereen stond te drummen en te duwen voor de deur van het onthaalkantoor, besloot ik mij vooral niet te moeien, en installeerde ik mij op een stoel vlak naast de dienstingang, vastbesloten om daar stilletjes als eerste binnen te glippen wanneer die open ging.

Maar dat bleek niet nodig: om halfdrie kwam de dame van vanochtend naar buiten. In haar hand hield ze mijn paspoort, goed zichtbaar open op de pagina van mijn verblijfsvergunning, zodat iedereen het kon zien. Het is bijna niet te beschrijven met wat voor gezicht de wachtenden in de inkomhal naar die zo fel begeerde stempel keken. Het gedrum verplaatste zich van de deur van het onthaalkantoor naar de dienstingang. Omdat ik neerzat, kon niemand mij zien. Ook de dame van het kantoor niet. “Vanchellemont!” riep ze dus, redelijk luid. Russen zeggen “Vanchellemont”, ze hebben moeite om de “h” uit te spreken, maar dit geheel terzijde. Een beetje gegeneerd stond ik recht. “Alstublieft,” zei ze, “u kan gaan, alles is in orde. Nog een prettige dag.”

De anderen in de inkomhal konden hun oren niet geloven. Een aanvrager van een verblijfsvergunning die zo vriendelijk en beleefd wordt aangesproken? Dat we dat nog mogen meemaken! Iedereen bestookte me met vragen waar ik niet veel van begreep, maar het was duidelijk dat ze wilden weten hoe ik dat voor elkaar had gekregen. “Kende ik iemand?” Dat kon ik verstaan. “Had ik iemand betaald?” Dat ook. Maar ik antwoordde niet. Met moeite kon ik mij door de menigte naar buiten wringen. Daar scheen de zon. Ik keek nog even trots naar mijn stempel, borg mijn paspoort zorgvuldig in mijn tas, en wandelde bijna fluitend naar de metro. Iedereen kon weer meteen zien dat ik geen Rus was, want ik glimlachte de hele weg terug.

Vanavond gaan we vieren in restaurant Бенвенуто (Benvenuto), en het zal deze keer wat méér mogen zijn dan de traditionele huiswijn…

donderdag 10 september 2009

Maandag

We zullen nog even moeten wachten. Vladimir Aleksandrevitsj was dringend weggeroepen vlak voor we bij het UFMS-kantoor aankwamen. We zagen hem nog wegrijden. Natalja Vitaljeva, weer even vriendelijk als de laatste keer, liet ons opnieuw de wachtrij passeren en wist ons wel te vertellen dat alles klaar lag, maar dat alleen Vladimir Aleksandrevitsj, en hij alleen, de laatste stempel op de documenten mag zetten. Het was, om eerlijk te zijn, vandaag ook niet de dag voor het ophalen van verblijfsvergunningen. Daar dienen de maandagen voor. Dat wisten we wel, maar we waren het nu zo gewoon om de zijpaadjes te bewandelen dat we dachten dat het ons nu nog eens zou lukken. En ei zo na was het nog gelukt ook. Niet dus. Maar maandag om 10 uur is Vladimir Aleksandrevitsj er zeker, werd ons verteld. En wij ook...

woensdag 9 september 2009

Morgen

Irina kreeg eindelijk het verlossend telefoontje. Vladimir Aleksandrevitsj, de directeur van ons UFMS-kantoor, heeft laten weten dat alle papieren voor mijn verblijfsvergunning gearriveerd zijn. Met alle goedkeuringen, stempels en handtekeningen. Morgen om 11 uur mogen we naar zijn kantoor gaan, en zal hij ons haarfijn uitleggen wat er verder nog te doen staat. Want er wachten nog enkele formaliteiten - simpele, naar het schijnt. Zoals mijn registratie als tijdelijk inwoner van de Big City, en het aanbrengen van een visum op mijn verblijfsvergunning. Zo heel juist weet ik het allemaal niet. Enfin, dat zien we morgen wel.

Straks gaan we een fles cognac kopen. Dat heeft Vladimir Aleksandrevitsj wel verdiend, dachten wij zo.

Het beste boek ooit geschreven

Volgens de Russen is De meester en Margarita van Michail Boelgakov het beste boek dat ooit werd geschreven. Vandaag publiceerde het onderzoekscentrum van de Russische recruteringsportaalsite SuperJob.ru de resultaten van een open bevraging van 3000 respondenten uit alle regio's van het land, die de vraag beantwoordden: “Welk boek (uit de literatuur) vindt u het beste?”.

De lijst van beste boeken werd aangevoerd door De meester en Margarita. Het werd door 16% van de ondervraagden vermeld en het werd beschreven als een “zeer onderhoudende en leerrijke roman”. Ondanks het feit dat vele jaren verstreken zijn sinds het boek werd geschreven, zijn Boelgakov's aard, mentaliteit en gedachten nog springlevend in Rusland.

Voor 7% van de Russen is L.N. Tolstoj’s Oorlog en Vrede het beste boek. Misdaad en Straf van F.M. Dostojevski is het beste boek voor 3% van de Russen. Het loont de moeite om te vermelden dat, naast deze roman, ook Dostojevski’s De Idioot en De Broers Karamazov tussen de beste literaire werken werden vermeld.

Interessant om weten is dat Michail Boelgakov de harten kan bekoren van alle generaties van Russen, terwijl de werken van Tolstoj en Dostojevski vaker werden vermeld door respondenten ouder dan 35 jaar.

Andere klassiekers in de lijst van beste boeken waren De Graaf van Monte-Christo en De Drie Musketiers van Alexandre Dumas, Evgeni Onegin van A.S. Pushkin, Verdriet door Verstand van A.S. Gribojedov, Dode Zielen van N.V. Gogol, Anna Karenina van L.N. Tolstoj, en Drie Kameraden en Van het westelijk front geen nieuws van E. M. Remarque.

Als werken van hedendaagse schrijvers werden vermeld Honderd jaar eenzaamheid van G.G. Marquez, De Alchemist van P. Coelho, Harry Potter van J.K. Rowling, Het diamanten rijtuig van B. Akoenin en Liefde duurt drie jaar van F. Beigbeder.

22% van de Russen vond het moeilijk om een “beste boek” te vermelden.